De meeste palmen gaan niet dood van te veel zorg, maar van te weinig water. Een palm is geen cactus: in de natuur staat zijn wortelgestel vrijwel altijd in het vocht, diep onder de grond.
Verzorging in het kort
Palmen brengen sfeer in huis en in de tuin, en ze zijn veel makkelijker te houden dan hun reputatie doet vermoeden. Toch bestaat er nog veel onduidelijkheid over de verzorging. In deze gids staat alles wat u nodig heeft, van de eerste emmer water tot de winterbescherming.
Het grootste misverstand zit in het beeld van de woestijn. Wat u bovengronds ziet, gaat ondergronds vaak nog veel verder door. De wortels van een palm groeien recht naar beneden en bereiken daar het grondwater. Zo heeft de plant zelden gebrek. Staat uw palm in een pot, dan neemt u die rol over.
Hoe een palm groeit
Een palm heeft geen zijtakken. Alle bladeren komen uit één punt boven in de stam, het hart of groeipunt. Daardoor blijft de kroon hoog en neemt de boom weinig zon weg van de rest van uw tuin.
De stam groeit ongeveer 5 tot 30 centimeter per jaar, afhankelijk van de soort, de standplaats en de hoeveelheid zon. Bladeren komen het hele jaar bij, met een piek in het voorjaar en de zomer.
Van de ongeveer 4000 palmsoorten groeit het merendeel in de tropen en subtropen, met het Amazonegebied en het Indo Maleisische gebied als zwaartepunt. Grofweg zijn er twee bladvormen: waaierbladeren, die u bij de meeste winterharde tuinpalmen ziet, en vederbladeren, die vooral bij kamerpalmen voorkomen.
Grond en voeding
Palmen vragen een voedingsrijke bodem die tegelijk water doorlaat. Onze eigen Teeninga Palmen voedingsgrond is daarvoor samengesteld en kunt u gewoon mengen met gangbare potgrond.
- In de volle grond: meng 2 tot 4 zakken voedingsgrond door de grond rondom de kluit. Daarna hoeft u aan de bodem in principe niets meer te doen.
- In een pot: ververs de grond eens in de twee jaar.
- Zonder voedingsgrond ontstaan er op termijn gebreksverschijnselen, zichtbaar als vale of gele bladeren.
De juiste standplaats
Welke plek het beste werkt verschilt per soort, en op de productpagina van elke palm staat dat er specifiek bij. In het algemeen geldt: zon tot halfschaduw, en beschut tegen harde wind.
Zet een palm die net uit de kwekerij of uit de winter komt niet meteen in de volle middagzon. Het blad kan verbranden. Bouw de zon in twee tot drie weken op.
Water geven
In hun natuurlijke omgeving krijgen palmen periodiek een stortbui over zich heen. Dat ritme werkt ook in Nederland goed. Geef ongeveer eens in de drie dagen ruim water en laat de grond daartussen iets opdrogen, zonder dat de kluit ooit kurkdroog wordt.
- Zorg dat overtollig water altijd weg kan lopen. Maak zo nodig gaten in de bodem van de pot.
- Laat de kluit nooit uitdrogen. Hangende bladeren zijn het eerste signaal.
- Niet te veel en niet te weinig: de grond mag vochtig aanvoelen, nooit kletsnat.
- Net geplant? Geef het eerste jaar twee tot drie keer per week ruim water.
Bemesten
Bemesting is vooral belangrijk bij palmen in een pot, omdat daar de voorraad beperkt is. Gebruik goede grond, ons eigen merk of Pokon palmgrond, en dien in het hoogseizoen wekelijks Palm Focus toe. Dat middel is speciaal voor palmen ontwikkeld en zorgt voor donkergroen blad.
Staat de palm in de volle grond, gebruik Palm Focus dan de eerste twee jaar. Daarna zitten de wortels diep genoeg om zelf voeding op te nemen, tenzij de plant duidelijk gebrek aangeeft.
Snoeien
Snoeien bij een palm is eenvoudig: verwijder blad dat bruin, geel of beschadigd is. Dat oogt niet alleen beter, het stimuleert ook de aanmaak van nieuw blad. Is het blad na een strenge winter helemaal weggevallen, dan kunt u in het groeiseizoen alle bladeren wegknippen. De palm loopt daarna sneller opnieuw uit.
Potten en verpotten
Een palm hoeft gemiddeld maar eens in de vijf jaar verpot te worden. Doe dat bij voorkeur eind april of begin mei, zodat de wortels de hele zomer hebben om aan te groeien.
Wilt u dezelfde pot blijven gebruiken, dan kunt u ongeveer een vijfde deel onder de kluit in schijven wegsnijden en de palm terugzetten.
- Zorg voor gaten in de bodem, want wortels die permanent in water staan gaan rotten.
- Blijft de pot buiten staan, bekleed de binnenkant dan met bubbeltjesplastic tegen de vorst.
- Geef de palm na het verpotten een paar weken rust, uit felle zon en wind.
- Water ruim en besproei het blad regelmatig, bijvoorbeeld met de tuinslang.
De palm door het jaar
Alle palmen die wij importeren zijn geselecteerd op het Nederlandse klimaat en verdragen temperaturen rond het vriespunt. De voorwaarde is dat ze droog staan en dat de vorst niet te lang aanhoudt.
Wat u wanneer doet
Verwijder dood winterblad, start met bemesten en verpot eind april indien nodig.
Ruim water eens in de drie dagen en wekelijks Palm Focus. Dit is de groeiperiode.
Bespuit het hart preventief tegen schimmel en zorg dat er geen water in blijft staan.
Bij min 6 graden of kouder inpakken met vliesdoek, jute, rietmat of warmtelint.
Palmen in een pot kunt u van eind oktober tot half april op een koele, droge en lichte plek zetten. Staat de palm in de volle grond, dan werken oude lakens, dennentakken of een rietmat om de stam uitstekend als bescherming.
Ziekten en gebreksverschijnselen
Het groeipunt is de gevoeligste plek van de palm. Schimmels en bacteriën krijgen hun kans zodra dat punt beschadigd of langdurig nat is. Bescherming en droogte zijn daarom in de winter het belangrijkst.
Zelfs als al het blad bevriest hoeft u de palm niet af te schrijven. Zolang het groeipunt heel is, loopt de plant in het voorjaar gewoon weer uit.
Geel of lichtgroen blad
Verkleurt het blad terwijl de stelen groen blijven, dan wijst dat meestal op ijzergebrek. Dat treedt vooral op bij kalkrijke grond of een hoge zuurgraad. Dien in dat geval ijzer toe. Knapt de palm daar niet van op, dan is magnesium de volgende stap.
Preventief behandelen
Bespuit het groeipunt in oktober en november en opnieuw aan het begin van de lente met een schimmelbestrijder zoals Sulphon, Baycor of Rosacur. Blad dat in de winter afsterft laat u staan tot het voorjaar; het beschermt het hart tegen kou.
Hoe ziet een palmstam er van binnen uit
Een palmstam heeft geen jaarringen zoals een eik of een beuk. In plaats daarvan zit de stam vol fijne vezelbundels die het water van de wortels naar het blad brengen. Die vezels maken de stam bovendien opvallend buigzaam, wat verklaart waarom palmen een storm meestal doorstaan waar andere bomen breken.
Twijfelt u over uw palm?
Stuur ons een foto van het blad of de stam en we kijken met u mee. Voedingsgrond, Palm Focus, potten en rietmatten vindt u in onze webshop.
Stel uw vraag











Delen:
Hoe kan ik een palm het beste planten
Spathiphyllum - Lepelplant