Een palm die niet aanslaat, staat bijna altijd te nat of in de verkeerde grond. Beide bepaalt u op de dag dat u hem plant, en daarna nooit meer zo makkelijk.
Planten in het kort
U heeft een palm gekocht en die moet de grond in. Dat is geen ingewikkeld werk, maar er zijn een paar keuzes die u maar één keer maakt. De plek, de drainage en de grond bepalen samen of de palm de komende jaren doorgroeit of blijft hangen in zijn oude kluit.
Hieronder loopt u die keuzes stap voor stap door, van de schep in de grond tot de eerste voeding.
De plek kiezen
Kies de plek voordat u gaat graven. Zon tot halfschaduw werkt voor vrijwel elke tuinpalm; op de productpagina van uw soort staat wat die specifiek vraagt.
Belangrijker dan de zon is de wind in de winter. Wind in de zomer deert een palm nauwelijks, maar een open plek die vol staat bij oostenwind en vorst is een risico. Een muur, een schutting of een groenblijvende haag in de rug scheelt in strenge nachten meerdere graden.
Drainage testen
Palmwortels verdragen geen langdurig water. Blijft de grond nat, dan ontstaat wortelrot en dat is meestal fataal. Test daarom eerst: graaf een gat van ongeveer 40 centimeter diep, vul het met water en kijk hoe lang het staat. Is het binnen een paar uur weg, dan zit u goed. Staat het er de volgende dag nog, dan moet u ingrijpen.
- Drainagelaag aanbrengen: graaf bij een pot van 35 tot 50 centimeter een gat van ongeveer een meter diep en een meter breed. Vul de onderste laag ruim met grind of gebroken dakpannen.
- Daarboven vult u aan met goede potgrond tot circa 10 centimeter onder de wortels van de palm.
- De bovenste laag maakt u lichter, met mediterrane potgrond gemengd door de rest. Daarin komt de palm te staan.
- Loopt het water nog steeds niet weg? Plant dan verhoogd, 30 tot 60 centimeter boven het maaiveld, bijvoorbeeld in een opgeworpen heuvel of een verhoogd bed.
Een plantgat met losse grond in zware klei werkt als een emmer: het water loopt er wel in, maar niet uit. Zorg dat de drainagelaag ergens naartoe kan, of plant verhoogd.
De juiste grond
Een palm stelt eisen aan zijn bodem en accepteert niet zomaar elke potgrond. Sluit de nieuwe grond niet aan op de kluit, dan blijven de wortels in hun oude kluit zitten en stagneert de groei. Dat ziet u een seizoen later terug als vale of gele bladeren.
Het beste resultaat krijgt u met volledig mediterrane voedingsgrond, of onze eigen Teeninga Palmen voedingsgrond. Aanmengen met universele potgrond mag, maar bezuinig hier niet op: de grond is het enige wat u na het planten niet meer kunt veranderen.
Meng de voedingsgrond altijd deels met de tuingrond die er al zit. Zo ontstaat er een geleidelijke overgang en groeien de wortels sneller de omringende bodem in.
Wanneer planten
De beste periode loopt van begin maart tot oktober. Omdat al onze palmen potgekweekt zijn, kunt u ze in principe het hele jaar planten, zolang het niet stevig vriest. De wortels zitten immers al in een kluit en worden bij het planten niet beschadigd.
Plant u laat in het seizoen, houd er dan rekening mee dat de palm de eerste winter nog niet volledig geworteld is. Geef hem die eerste winter extra bescherming rond de stam en het groeipunt.
Het gat graven
- Maak het gat ongeveer een derde groter dan de kluit.
- Komen de wortels al uit de pot, dan volstaat een kwart groter.
- Verwijder harde kleibrokken en maak de ondergrond los. In nieuwbouwwijken zit vaak een verdichte laag die u eerst moet doorbreken.
- Vul het gat met mediterrane voedingsgrond, gemengd met de omringende aarde.
De palm plaatsen
Haal de plastic container eraf en zet de palm op de gewenste hoogte in het gat. De bovenkant van de kluit komt gelijk met het maaiveld te liggen, of iets erboven bij een natte plek. Dieper planten helpt niet en vergroot de kans op rot bij de stamvoet.
Vul daarna aan met voedingsgrond en druk die voorzichtig aan met de vuist. Aanstampen met de voet is niet nodig; u wilt de grond stevig maar niet dichtgeslagen.
Water en voeding
Geef direct na het planten ruim water, ook als de grond al vochtig lijkt. Dat spoelt de luchtholtes weg en zorgt dat de grond overal contact maakt met de kluit.
- Dien na twee tot drie dagen vloeibare voeding toe, zoals Palm Focus. Dat versnelt de beworteling in de nieuwe grond.
- Geef het eerste jaar twee tot drie keer per week ruim water; de palm teert nog grotendeels op zijn oude kluit.
- Besproei bij warm weer ook het blad, bijvoorbeeld met de tuinslang.
- Laat de palm de eerste weken uit de volle middagzon als hij net uit de kwekerij komt.
Planten door het jaar
Wat wanneer geldt
De grond warmt op en de palm heeft het hele seizoen om te wortelen.
Planten kan gewoon door, maar houd de kluit consequent vochtig.
Wortelen gaat langzamer. Bescherm de eerste winter extra rond stam en hart.
Potgekweekt kan het, maar wacht liever tot het voorjaar bij vorst in de grond.
Wat er mis kan gaan
De palm groeit niet door
Blijft de palm na een seizoen even groot, dan is de kans groot dat de wortels de nieuwe grond niet in gaan. Dat gebeurt als de aangevulde grond te sterk verschilt van de tuingrond eromheen. Werk in dat geval de rand van het plantgat los en meng er alsnog voedingsgrond doorheen.
Gele of vale bladeren
Meestal een teken van een te arme bodem of van gebrek aan ijzer. Geef vloeibare voeding en dien zo nodig ijzer toe. Helpt dat niet, dan is magnesium de volgende stap.
Slappe stamvoet of stinkende grond
Dit wijst op wortelrot door te veel water. Graaf de palm uit, breng een drainagelaag aan of plant hem verhoogd terug. Wachten helpt hier niet.
Zolang het groeipunt boven in de stam heel en droog is, komt een palm bijna altijd terug. Ook als hij er een seizoen lang matig bij staat.
Twijfelt u over uw plek of grond?
Stuur ons een foto van de standplaats en het plantgat, dan kijken we met u mee. Voedingsgrond, Palm Focus en winterbescherming vindt u in onze webshop.
Stel uw vraag











Delen:
Lichtbehoefte van planten
Verzorging van uw palmboom