Bijna elke plant kan zichzelf vermeerderen, anders zou de soort niet bestaan. De kunst van stekken is niets meer dan die natuurlijke drang op het juiste moment een handje helpen.
Stekken in het kort
Planten vermeerderen kan via zaad of via stek. Niet elke soort leent zich er even goed voor, maar het aantal planten dat u met een mesje en een potje grond kunt verdubbelen is groter dan de meeste mensen denken. In deze gids staan de technieken op een rij, met per methode het moment, de aanpak en de valkuilen.
Waarom stekken werkt
Bij stekken neemt u een deel van een bestaande plant, de moederplant, en zet u dat deel apart. Dat kan een kop, een stuk stengel of een blad zijn. Onder de juiste omstandigheden vormt dat deel zelf wortels en groeit het verder als zelfstandige plant.
Dat werkt omdat het weefsel vlak onder een bladoksel nog in staat is om van functie te veranderen. Zodra de scheut geen wortels meer heeft om op te leunen, schakelt dat weefsel om en gaat het wortels aanmaken.
Een stekje is daarmee geen nieuw individu in genetische zin, maar een kloon van de moederplant. Alles wat u aan de moederplant waardeert, van bladtekening tot bloemkleur, komt in het stekje precies zo terug. Dat is meteen het grote voordeel boven zaaien.
Kopstekken
Bij een kopstek neemt u de bovenste 10 tot 20 centimeter van een scheut, inclusief het groeipunt. Verwijder daarna de blaadjes vanaf de onderkant tot ongeveer halverwege. De stek hoeft dan minder blad in leven te houden en steekt die energie in wortelvorming.
- Kies een jonge scheut. Een tak die nog in de groeifase zit bewortelt beter dan een volledig uitgegroeide.
- Maak kleine inkepingen met een scherp mesje langs de onderkant van de scheut. Die verwondinkjes zetten de plant aan tot het aanmaken van wortels.
- Steek de scheut in een klein potje met licht vochtige stekgrond en druk de grond zachtjes aan.
- Houd ongeveer 20 graden aan en zet het potje uit de felle zon.
Werk met een schoon en scherp mes. Een gekneusde snede is de eerste plek waar rot begint, en dat ziet u pas als het te laat is.
Reken op ongeveer vier weken tot de stek voldoende wortels heeft. Een lichte weerstand als u voorzichtig aan de stek trekt is het teken dat er beworteling is.
Stengelstekken
Een stengelstek werkt vrijwel hetzelfde als een kopstek, met één verschil: er zit geen groeipunt op. U neemt een stuk uit het midden van een stevige, goed ontwikkelde scheut van ongeveer een halve centimeter dik.
Dit is de meest toegepaste methode in de stekhandel, simpelweg omdat u uit één lange scheut meerdere stekken kunt halen in plaats van één. Let er wel op welke kant boven is: een stengelstek die omgekeerd in de grond staat, bewortelt niet.
Zorg dat elk stuk stengel minstens één bladoksel of oog onder de grond heeft. Daar ontstaan de wortels. Een stuk stengel zonder oog blijft eindeloos liggen en gaat uiteindelijk rotten.
Bladstekken
Sommige planten kunnen uit een enkel blad, of zelfs uit een deel van een blad, een volledig nieuwe plant vormen. De wortels ontstaan dan uit het bladweefsel zelf. Er zijn drie varianten die u in de praktijk tegenkomt.
Blad van een jonge plant in de grond
Deze methode geldt maar voor een handvol soorten. U neemt een blad van een jonge plant en steekt dat rechtop in de grond. Aan de voet ontwikkelt zich een nieuw plantje, dat zich op een gegeven moment losmaakt van het moederblad. Vanaf dat moment is het een zelfstandig plantje.
Bladstek met steel
Hierbij neemt u een gaaf, volgroeid blad inclusief een stukje bladsteel van ongeveer twee tot drie centimeter. Die steel gaat schuin de stekgrond in, het blad blijft er net boven staan. De wortels vormen zich aan het uiteinde van de steel, en daarna verschijnt het nieuwe plantje aan de voet.
Bladstek zonder steel
Bij planten met lang, stevig blad kunt u het blad in stukken van vijf tot zeven centimeter snijden en die stukjes rechtop in de grond zetten. Houd ook hier de oorspronkelijke groeirichting aan. Elk stukje kan een eigen plantje geven, wat deze methode verrassend productief maakt.
Grond, licht en warmte
Een stek heeft geen wortels en kan dus niets opnemen. Alles draait daarom om een omgeving waarin hij weinig verliest en weinig hoeft te presteren.
- Stekgrond, geen potgrond. Stekgrond is arm en luchtig. Voeding is nog niet nodig en werkt eerder rot in de hand.
- Licht vochtig, nooit nat. De grond mag koel aanvoelen, maar er hoort geen water uit te knijpen zijn.
- Ongeveer 20 graden. Warmte aan de onderkant versnelt de beworteling merkbaar.
- Veel licht, geen directe zon. Fel zonlicht laat de stek sneller verdampen dan hij kan opnemen.
- Hoge luchtvochtigheid. Een doorzichtige kap of zak over de pot helpt, mits u dagelijks even lucht.
Wanneer stekken
Het najaar is voor veel houtige gewassen het gunstigste moment. De sapstroom is dan minder sterk, waardoor de stek minder vocht verliest en de kans op overleven groter is. Zachtere kamerplanten stekt u juist het liefst in het groeiseizoen.
Wat u wanneer doet
Verse groei, hoge bewortelingsdrang. Ideaal voor blad- en kopstek van zachte planten.
Neem scheuten die onderaan verhouten maar bovenin nog soepel zijn. Let op uitdroging.
De sapdoorloop neemt af, de stek overleeft makkelijker. Voorkeursmoment voor kop- en stengelstek.
Stekken lopen nauwelijks door. Houd ze koel en licht, en geef spaarzaam water.
Overpotten
Zodra de stek wortels heeft gevormd, meestal na ongeveer vier weken, mag hij over naar gewone potgrond. Kies een pot die maar iets ruimer is dan het wortelkluitje; te veel grond blijft te lang nat.
Geef de jonge plant daarna nog een paar weken beschutting voordat u hem op zijn definitieve plek zet. Pas na het overpotten begint u met licht bemesten.
Wat er mis kan gaan
Stekken kost weinig. Neem er altijd een paar meer dan u nodig heeft, dan is een mislukking geen probleem maar gewoon onderdeel van de methode.
De stek rot weg
Bijna altijd te nat, te weinig lucht of een gekneusde snede. Gebruik luchtige stekgrond, druk niet te hard aan en lucht een afgedekte pot dagelijks even.
Geen wortels na zes weken
Meestal een te oude of te houtige scheut, of te koud. Verhoog de temperatuur richting 20 graden en probeer opnieuw met jonger materiaal uit de groeifase.
Blad verslapt of valt af
De stek verdampt meer dan hij aankan. Verwijder wat blad, zet hem uit de zon en verhoog de luchtvochtigheid met een kap over de pot.
Twijfelt u over uw stek?
Stuur ons een foto van de stek of de moederplant en we kijken met u mee. Stekgrond, potten en gereedschap vindt u in onze webshop.
Stel uw vraag











Delen:
Informatie over planten snoeien
Lichtbehoefte van planten